Snickerdoodle cookies

Jummie jummie. Dit zijn heerlijke koekjes. Ik hou wel van kaneel, en een beetje chewy (technische term) koekjes. Laat je alleen niet afleiden door de naam. Ik heb dat niet verzonnen, dat deden de Amerikanen. En nee, het zijn geen ‘snickers’-koekjes. En komt geen chocolade, toffee of pinda aan te pas.

Er zitten wel een paar nadelen aan deze koekjes. 1: ze zijn verslavend lekker, 2; Er zitten twee niet-alledaagse ingrediënten in. Dat wil zeggen baking soda, (aka bicarbonate of soda, natriumbicarbonaat, zuiveringszout) en cream of tartar (aka wijnsteenzuur)

Nu kun je in de meeste supermarken deze dingen niet vinden. Ik ga daarvoor altijd naar de toko of aziatische supermarkt.Vooral die cream of tartar geeft de speciale smaak aan de koekjes, en kun je dus eigenlijk ook niet weglaten. Ik raad je aan om een keer naar de toko te gaan, en in te slaan. Je kunt er tijden mee vooruit.

Het deeg moet je echt even laten rusten in de koelkast. Als je erge erge haast hebt, eventueel een tijdje in de vriezer. Het deeg is behoorlijk plakkerig, en het koelen helpt om het een stuk makkelijker te kunnen verwerken.

Ik maak het liefst een rechthoekige plak en die ik in huishoudfolie wikkel. Als ik het daarna uit de koelkast haal hoef ik het alleen maar uit te pakken, in stukjes te snijden en door de kaneelsuiker te wentelen. Het handigste is om vierkante blokjes te snijden. Soms is mijn grote plak deeg vierkant, en dan snij ik 5×5 in. (dus 25 koekjes). Soms komt het beter uit om 4×5 (20 stuks) of 4×6 (24 stuks) te snijden.

Dat door de kaneelsuiker wentelen kun je het beste met de hand doen. Het geeft een klein beetje rommel. Dat wil zeggen, je handen worden wat plakkerig van het deeg, en daar blijft dan ook de kaneel aan zitten. De eerste keer dacht ik slim te zijn en de kaneelsuiker in een afsluitbaar zakje te doen, de deegballetjes erin te mikken en even te schudden. Geen viezen handen! Dat klopte ook. Alleen kreeg ik toen ook geen mooie koekjes. Er zat alleen maar wat kaneelpoeder en een paar kruimeltjes suiker aan. Terwijl juist dat suikerlaagje voor een extra dimensie zorgt. Dus nu doe ik mijn kaneelsuiker op een bord en rol daar de deegballetjes doorheen. Zo blijft de suiker er wel aan plakken en krijg je het lekkerste resultaat. En daar gaat het om, nietwaar?

Wat heb je nodig voor 20-25 koekjes?

  • 115 g boter, op kamertemperatuur
  • 100 g kristalsuiker
  • 65 g (licht)bruine basterdsuiker
  • 1 ei
  • ½ tl vanille-extract
  • 225 g bloem
  • snufje zout
  • ½ tl baking soda
  • ¼ tl cream of tartar
  • 4 el kristalsuiker
  • 2 tl kaneel

Aan de slag!

Roer de boter en de twee soorten suiker romig. Voeg de vanille en het ei toe.
Meng in een andere kom de bloem, het zout, de soda en tartar door elkaar. Voeg toe aan het botermengsel.
Kneed tot een samenhangend deeg. Vorm er een platte rechthoekige plak van 3-4cm dik van en verpak in huishoudfolie. Leg minstens 30 minuten in de koelkast.
Meng de kaneel met de kristalsuiker op een bordje. Snij het deeg in 20 of 24 of 25 vierkante blokjes. (Afhankelijk van de afmetingen.)
Rol het deeg door de kaneelsuiker, zodat alle kanten bedekt zijn. Leg op ruime afstand van elkaar op de bakplaat. Je hoeft ze niet plat te drukken, ze lopen nog uit tijdens het bakken. Zet de bakplaat in een voorverwarmde oven van 150°C gedurende 10-12 minuten.

 

Leave a Reply